za, Feb 25, 2017
Text Size

Ravels in de Eerste Wereldoorlog - 2

 image003

Vandaag krijgt u het tweede deel van onze reeks artikelen over de Groote Oorlog.
Dit keer gaat het over de Dodendraad, een stukje geschiedenis dat lange tijd was weggeborgen in het collectief geheugen maar enkele jaren terug nieuw leven is ingeblazen door de heemkundekring uit Baarle Hertog/Nassau, Amalia Van Solms.

 

 
Wereldoorlog I  (28 juli 1914 – 11 november 1918)

De elektrische draad:

 
 
Na de val van Antwerpen in 1914 vluchtten veel Belgen naar Nederland dat niet bij de oorlog betrokken was. Naar schatting één miljoen Belgen zocht een veiligere plaats in Nederland.
De aanhoudende stroom vluchtelingen die de grens bleef oversteken naar het neutrale Nederland was een doorn in het oog van de Duitsers.
**Vooral de stroom jonge mannen die via Nederland, Engeland en Frankrijk het Belgische leger probeerden te bereiken, dwong de Duitsers tot maatregelen. Ook het smokkelen van brieven van en naar het front, het smokkelen van ongecensureerde kranten, de spionage door oorlogvoerende landen en het vluchten van Duitse deserteurs zette de Duitsers aan om maatregelen te nemen. Ze zagen een oplossing door de zogenaamde “dodendraad”.
 

Wanneer werd de dodendraad opgericht?

 achtung hoogspanning
In april en mei 1915 werd gestart met de werkzaamheden. De versperring werd niet van west naar oost of omgekeerd opgetrokken. Op diverse plaatsen werd begonnen met de bouw van losse stroken. Sommige stukken waren volledig klaar in juni of juli 1915 (o.a. de strook tussen Minderhout en Arendonk, bij Maldegem, Boekhoute, Prosperpolder en Neerpelt). Andere volgden pas in augustus 1915. In Geistingen en Ophoven werd de draad pas medio 1916 opgericht. In Zondereigen (Baarle-Hertog, Raevels ) werden de eerste palen en benodigdheden voor het plaatsen begin juli 1915 aangevoerd. Op 24 juli 1915 werd de draadversperring er van stroom voorzien.
 

 Door wie werd hij opgericht?

 
oprichting dodendraad2De dodendraad werd opgericht in opdracht van het Duitse bezettingsleger. Eerst werd het traject bepaald en het terrein ontbost. Daarna werden Duitse geniesoldaten en vrijwillige Belgische werklieden aangevoerd. Sommige van deze Belgen hadden nooit handenarbeid verricht. Ze droegen fijne schoenen en een slechte jas boven betere kleren. Wanneer ’s avonds de Duitse officier het verdiende dagloon wilde uitbetalen, bleef hij met de helft van het geld zitten. Een groot deel van zijn vrijwilligers was naar Nederland gevlucht.
 

Hoe zag de dodendraad eruit?

 
oprichting dodendraadNadat het traject was vastgelegd, werden palen in de grond geheid. Het ging veelal om dennenhouten palen. Daarop werden porseleinen isolatoren geplaatst om de stroomdraden aan te bevestigen. Meestal telde de versperring vijf of zes draden, op een dertigtal centimeter van elkaar gespannen en bevestigd aan de Belgische kant van elke paal. Hoog daarboven waren nog twee draden aangebracht voor de stroomvoorziening: de Speiseleitung of de voedingsdraad.
In principe moest er gladde draad gebruikt worden van drie tot vijf millimeter doorsnede, maar de bouwers beschikten niet over een voldoende voorraad, zodat ook vaak prikkeldraad werd gebruikt. Aan beide zijden van deze versperring stond op ongeveer anderhalve tot drie meter afstand een evenwijdig lopende, ietwat lagere en stroomvrije prikkeldraadversperring ter bescherming van mens en dier.
 

Hoe werd de dodendraad bewaakt?

 
image007Op vijftig tot honderdvijftig meter van elkaar stonden en/of patrouilleerden constant schildwachten.
 
’s Nachts werd het aantal grenswachters verdubbeld en werd meer gepatrouilleerd. Duitse soldaten kregen de opdracht om na een niet beantwoorde waarschuwing onmiddellijk te schieten. Alleen mochten zij nooit in de richting van Nederland vuren. De soldaten wandelden van het ene schakelhuisje naar het andere. Wanneer twee grensbewakers elkaar halfweg ontmoetten, maakten ze rechtsomkeer. Wachtbeurten bleven tot op het laatste moment geheim. Langs de versperring lagen er ook mijnen. Op sommige plaatsen hadden de grenswachters grote zoeklichten opgesteld om ’s nachts de omgeving beter in de gaten te houden.
 
Overdag hingen er luchtballonnen boven de versperring om mensen op te sporen. In de schakelhuisjes stond nog wat technische of regelapparatuur, o.m. een systeem waardoor de grensbewakers konden vaststellen wanneer er sabotage was. In voorkomend geval moest een grenswachter met de fiets langs de versperring tot op de plaats van het incident rijden en meteen terugkomen om zijn oversten te verwittigen. Via een veldtelefoon konden hogere oversten over een en ander geïnformeerd worden. Tijdens de winter van 1917-1918 werd de communicatie langs de dodendraad nog verbeterd.
 
De Duitsers installeerden in Kalmthout een radio-installatie waarmee in een mum van tijd alarm geslagen kon worden. De radiokamer voor het grensgebied nabij Baarle-Nassau en Raevels of Weelde en Poppel bevond zich in het Withof te Minderhout. Aan de andere kant van de rijksgrens patrouilleerden Nederlandse soldaten in groten getale. Zij hielden iedereen aan die niet met hun wetten in regel was en aarzelden niet om van hun wapens gebruik te maken.
 

2000 Volt, een dodelijke spanning.

 
slachtoffer dodendraadDe dodendraad was dus een draadversperring van hoogspanningsdraden waarop een spanning van 2000 volt stond.
 
De afstand tussen elke individuele draad was zo klein dat het een levensgevaarlijke en hachelijke onderneming was om de versperring te passeren zonder gevaar op elektrocutie. De afsluiting werd geplaatst van Het Zwin in Knokke tot aan het drielandenpunt in Gemmenich  over een lengte van ongeveer 357 km en was min of meer rechtlijnig. Onze gemeente werd bijna volledig door de dodendraad afgesloten van de rest van België, het grootste deel van onze gemeente lag ten noorden van de dodendraad, zoals ook Baarle-Hertog, Essen en anderen.
 
De draad werd geplaatst vanaf de grens aan Weelde-Statie achter de woningen langs de kant van Weelde tot aan de huidige Merksplasseweg. Vandaar volgde de draadversperring in grote lijnen de grens tussen Weelde en Turnhout en verder de grens tussen Ravels met Turnhout tot aan het Kanaal Dessel-Schoten in Ravels. Dit was langs de huidige Kampdijk, die men toen het “Patrouillepad” noemde. Vanaf het   kanaal ging de draadversperring langs de kant van Ravels richting Arendonk. Langs de draad lag een patrouille-pad en gemiddeld om de anderhalve tot tweeëneenhalve kilometer stond een schildwachthuisje. Tussen deze wachtposten werd druk gepatrouilleerd door gewapende soldaten.
 

**Duitse kaart van de draadversperring 

 map dodendraad_big
 Klik op deze kaart voor een vergroting.
 
afbeelding vouwraam2De versperring bestond normaal uit zes draden die op een afstand van 30 cm van elkaar bevestigd waren aan houten palen van twee meter hoog. Langs beide kanten van de stroomdraad stond een lagere afspanning met prikkeldraad. Niet tegenstaande het enorme gevaar van deze draadversperring lieten de brievensmokkelaars zich hiervoor niet afschrikken. Zij vonden mogelijkheden om  de dodelijke draad te passeren. In het Taxandria museum te Turnhout is nog een zogenaamd vouwraam te zien, gemaakt door een zekere Jan Vleugels, waarmee men, met de nodige voorzichtigheid een dodelijke stroomstoot kon voorkomen. 

 

 

 

 

image006vleugels-jan-jpgJan Vleugels was een “beroepspasseur” of mensensmokkelaar.
Vleugels was zelf een Kempenaar uit onze streek die mensen de grens naar Nederland hielp oversteken of postzakken met post van de soldaten over de grens bracht. Daarbij moest hij telkens de dodendraad passeren met gevaar op eigen leven. Vandaar dat hijzelf of iemand uit zijn entourage het vouwraam ontwierp om open te klappen zodat men niet in aanraking kwam met de dodelijke spanning op de dodendraad. Toch zijn naar schatting  gedurende de oorlogsjaren door deze draad tussen de 800 en 1500 mensen gedood. 
 U kan een biografie van Jan Vleugels, geschreven door Herman Janssen vinden via deze link: BIOGRAFIE JAN VELUGELS 
 

*** Na de oorlog

Jan werd bij verstek tweemaal door de Duitsers ter dood veroordeeld en vervolgens vogelvrij verklaard. Hij werd na de oorlog gedecoreerd met het oorlogskruis eerste klas 1914-18. (foto)
 
De familie Vleugels keerde naar Herentals terug, waar zij achtereenvolgens haar intrek nam in de Vaartstraat nr. 75 en de Markgravenstraat nr. 1. Eind 1924 vertrok Jan met zijn vrouw, zijn drie kinderen en de stiefkinderen Emerence en Constant Van Steenwinckel naar Vosselaar, waar ze in de Grootheidestraat werden ingeschreven.
 
Later vestigden zij zich in Beerse, eerst in “Villa Martina” aan de Antwerpseweg. Deze woning was naar de jongste dochter vernoemd. Jan schilderde er fresco’s in de hal. Daarna verhuisde het gezin naar het “Hofke Tits”, aan de Gierlebaan. Vleugels kreeg in Beerse de bijnaam “den Tits”, misschien omdat hij vaak een “tits” droeg? Hiermee werd de voor het interbellum typische platte strooien hoed met een zwart lint errond bedoeld. De tits was het handelsmerk van de Franse zanger Maurice Chevalier. Of was zijn “Hofke Tits” genoemd naar een vroegere eigenaar met de familienaam Tits? In 1914 woonde er in Turnhout een dokter Franciscus Tits. Vanaf 1936 woonde Vleugels in “Villa Zonnelust”, bij het Goorken (later een siervisvijver) aan de Antwerpseweg in Vlimmeren.
 
Lange tijd trok de familie met drie paardenmolens doorheen de Kempen. Jan is ook bekend als auteur van twee boeken. “De rakkers der grenzen” is een autobiografisch werk en verhaalt over de gebeurtenissen aan de dodendraad nabij Baarle-Nassau. Het is een aanklacht voor de onheuse behandeling door de overheid van de oorlogshelden, die met gevaar voor hun leven honderden mensen en vele tienduizenden brieven voorbij de dodendraad hadden gesmokkeld. Dit boek verscheen in 1930 bij de drukkerij De Kinderen P.V.B.A. in Ravels. In 1978 volgde bij dezelfde uitgeverij een herziende tweede druk.
Op latere leeftijd was “foorman” Jan Vleugels een verdienstelijk schilder, maar het is niet bekend of er schilderijen van hem bewaard gebleven zijn. Op 11 augustus 1944 is hij in het ziekenhuis van Turnhout (Warandestraat) gestorven ten gevolge van een letsel uit de Eerste Wereldoorlog. Een achtergebleven kogel deed zijn been ontsteken, waarna Jan aan een bloedvergiftiging is overleden. Hij was amper 60 jaar oud.
 

Afgesloten van de rest van België en de rest van de gemeente...

De huizen aan de Bredaseweg in Weelde werden hierdoor afgesloten van de rest van de gemeente.
Hierover lezen wij het volgende in een rapport van pastoor Jacobs over de oorlog 1914-1918:
 
“De vrije school van de zusters Franciscanessen aan de Weeldsche Statie, gelegen nabij den versperringsdraad werd gesloten, en de huisgezinnen ten talle van 13, tusschen den draad en de hollandsche grens verblijvende, moesten ontruimen – de eeredienst in de Kapel aldaar werd dan ook stopgezet.”
 
dodendraadOnmiddellijk na de oorlog is men begonnen met de volledige draadversperring weg te nemen, vooral door de landbouwers, die nog gebruik konden maken van de draad.
De heemkundekring Amalia Van Solms van Baarle-Hertog heeft met de medewerking van de basisschool “De Vlinder”, het gemeentebestuur van Baarle-Hertog en met de steun van de Vlaamse Gemeenschap een stukje van de "Dodendraad" als vredesmonument terug opgericht in 2008  op de Oude Baan van Baarle-Hertog naar Hoogstraten ter hoogte van Castelré. Het juiste traject kon men bepalen door het terugvinden van stukjes van de witte porseleinen isolatoren die men terugvond in een rechtlijnig traject van enkele honderden meters op gelijke afstand van elkaar. (foto: Amalia Van Solms Heemkundekring/ Dodendraad.org)
 
 
 

**Enkele krantenknipsels die wij in verband met de draad konden inkijken:

 
Nieuwe Tilburgsche Courant 06 september 1916:
 
Aan den draad.

Van de Grens. 5 sept. Nabij Poppel is een Duitsche Feldwebel aan den draad blijven hangen. Drie collega’s vonden het verkoolde lijk. Naar wordt gemeld heeft de nieuwe draadversperring reeds in één maand zes slachtoffers gemaakt.

 
Het nieuws van den Dag voor Nederlandsch Indië 26 mei 1916:

Gisteravond zijn onder Weelde wederom twee personen door den draad gedood, waarmede het getal  25 bereikt is. Ook een groot aantal honden en andere dieren is door den stroom gedood.

 
Nieuwsblad van het Noorden 31 mei 1916:

Zes Russen, die aan het toezicht van Duitsche soldaten waren ontsnapt, terwijl zij aan grondwerken bezig waren op de Belgisch-Fransche grens, poogden nabij Poppel over de Nederlandsche grens te vluchten. Twee van hen vonden de dood aan den draad, drie zijn weder gevangen genomen, en slechts één kon Hollandsch grondgebied bereiken.

 

Voeding- en petroleumsmokkel.

 
smokkelenEen tekort aan voedsel en de grote winst op smokkelproducten waren de oorzaak van nooit geziene smokkelactiviteiten aan de Belgisch-Nederlandse grens. Eerst waren alleen zelfstandig opererende smokkelaars actief. Vanaf de oprichting van de dodendraad onderging het smokkelen een gevoelige wijziging. Enkele duizenden Belgen woonden na de oprichting van de dodendraad in een soort niemandsland tussen neutraal Nederland en de rest van bezet België. Nederland hield haar grenzen voor de uitvoer gesloten en het Duitse leger kocht alle voedingswaren in deze strook op. Het gebied tussen de draad en de grens werd op die manier uitgehongerd.
 
Voor de bewoners werd het smokkelen een middel om te overleven. Maar al wie het waagde om op eigen houtje te werken, werd door de Duitsers aangehouden. Smokkelaars moesten op aanvraag een bijzondere kaart kunnen tonen. Het Duitse leger ging de smokkelhandel zelf organiseren en het niemandsland diende als aanvoercentrum van de smokkelwaar. Er reden zelfs nog stoomtrammen om de smokkelaars van dienst te zijn (bv. Tilburg-Turnhout). Vanuit Nederland brachten lange karavanen smokkelaars hun goederen naar de rijksgrens. Belgen smokkelden het goedje tot aan de poort van de dodendraad. Daar nam het Duitse leger de gesmokkelde goederen tegen een vergoeding in ontvangst.
In tegenstelling tot de brieven- en mensensmokkel, ontstaan uit vaderlandsliefde, speelde winstbejag dus een grote rol. Tevens was het smokkelen een belangrijke levensader voor Vlaamse collaborateurs. Met het eten als oogverblinding vonden zij hun aanhang. Belgen smokkelden onder andere bukvet en peper voor de Duitse wapenindustrie. Na de oorlog werden vele smokkelaars voor collaboratie veroordeeld en anderen door het volk gestraft. 
 
linnen smokkel
 
Een kleine groep Nederlanders verdiende grof geld terwijl het overgrote deel van de bevolking armoede leed.
Slechts zelden kwamen zij op Belgisch grondgebied om het leven. Zij brachten hun waren tot aan de grens of kregen hulp van de Duitsers. door smokkel en corruptie was het aantal miljonairs in Nederland van 465 in 1914 gestegen tot 1239 in 1920. Men noemde deze mensen OW-ers, oorlogswinstmakers. De smokkel was zo omvangrijk dat de Nederlandse neutraliteit  er een paar keer door in gevaar is gebracht. Naar Duitsland ging onder meer rubber en koper, nodig voor de oorlogsindustrie. Naar België werd vooral petroleum, benzine, bloem, bukvet, zeep, kaarsen, koffie en rijst gesmokkeld. Petroleum voor lampen en kachels was een belangrijk exportartikel. 
 
Zo werden eind december 1914 in de bossen tussen Hilvarenbeek en Goirle in de grond gegraven opslagtanks ontdekt. ’s Nachts kwamen de smokkelaars met hun kannetjes, flessen en zelfs varkensblazen. Vrouwen en meisjes liepen mee, gestoken in mannenkleding. (*Paul Spaepens - Een grens vraagt om smokkel).
 
 

Onderstaande enkele krantenknipsels in verband met de smokkel in deze oorlog:

 
 krant hilvarenbeek27meikrant smokkelen_goirlekrant nederland_en_de_oorlog
 
 

Nieuwe Tilburgsche Courant 15 juli 1916:

Aangehouden.

Door de politie is aangehouden H.V. te Weelde (België) die verboden artikelen zeep en spek wilde smokkelen. Nog is aangehouden J.H. J.K. wonende Elzenstraat tot het ondergaan van 6 maanden gevangenisstraf voor wederspannigheid tegen de politie.

 

Tilburgsche Courant 04 november 1916:

Smokkelen.

De politie heeft hedennacht aangehouden den smokkelaar A.B. uit Weelde, die trachtte 10 pond zeep over de grenzen te brengen.

 

 

Nieuwsgaring:

krant belgische_vluchtelingenHet verzenden van brieven en de verkoop van de nieuwsbladen werd helemaal stopgezet. Maar de meeste mensen wilden  wel graag de stand van zaken van de oorlog kennen. Bepaalde personen begaven zich regelmatig naar Nederland om daar, vooral voor onze regio, nieuwsbladen te gaan kopen in Tilburg bij de “Tilburgsche Courant”. Omdat de levering niet altijd stipt kon worden uitgevoerd antidateerde de drukker de kranten met één dag. Voor de mensen die de kranten gingen halen was dat een zeer winstgevend baantje. Maar dat feestje duurde niet lang. De Duitsers waren er achter gekomen en de verkoop van de “Tilburgsche Courant” werd verboden. Vanaf toen moesten alle bladen de controleposten passeren.

Toch hebben wij ook enkele  krantenknipsels  uit die periode kunnen inkijken:

 

 

Nieuwe Rotterdamsche Courant: 30 augustus 1914:

“Van den Belgische grens: Baarle-Nassau, 29 augustus (Part. V.B. 6 uur s’avonds).
In aansluiting met mijn berichten over Leuven meld ik u nog het volgende: Voortdurend komt uit het zuidwesten een geweldig en somber kanongebrom, soms zoo hevig dat de geheele heide schijnt te dreunen. Wellicht woedt er thans een verschrikkelijke slag bij Mechelen of wordt de stad verder verwoest. Met weemoed denk ik aan den St Romboutstoren en de beiaardconcerten van Jef de Nijn. Den heelen dag zijn van het grensstation Weelde massa’s vluchtelingen Nederland ingetrokken. Zij komen van alle kanten, uit alle streken van België, velen komen uit Antwerpen en de steden daar rondom…..”

 

Het nieuws van de Dag – Kleine Courant – Avondeditie 11 november 1914:

“Belgische vluchtelingen: Te Weelde, bij de Nederlandsch-Belgische grens, hebben Duitschers een Belgischen waggon, vermoedelijk bestemd voor ons land en beladen met 120 kisten champagne en een hoeveelheid wijn en boter, aangehouden. Een aantal vluchtelingen, die uit Weelde te Breda waren aangekomen, weigerden pertinent daarheen terug te keeren.”

 

Het Centrum 7 januari 1916:

“Geïnterneerd. Men schrijft uit Baarle-Nassau aan het Dgbld v. Nbr.: Heden werd door onze militairen op het gehucht Schaluinen onder deze gemeente geïnterneerd een Duitsch lancier in uniform, die van zijn troependeel, dat in het naburige Weelde (België) ligt, was gaan loopen. De man verklaarde zich te hebben laten interneeren, omdat zijn vertrek naar het front op morgen was bepaald.”

krant smokkelen_poppelkrant paarden_bekwisitiekrant regeling_paswezen
 
Tilburgsche Courant 20 januari 1915:

“…De spoorweg van Turnhout naar Antwerpen is hersteld en de treinenloop voor personenvervoer geopend. Er wordt echter weinig gebruik van gemaakt daar de reis zeer duur is. Een retour naar Antwerpen vanaf Turnhout kost 6 gulden… De stoomtramwegen, die met beperkten dienst rijden, hebben het vrij druk en hebben hun oud tarief gehandhaafd. Wel wordt er eene verhooging geheven ten bate van het Duitsche leger…”

 

Bronnen: archief Heemkundekring Nicolaus Poppelius vzw 

** Herman Janssen Merksplas + krantenpublicaties en kaart dodendraad

 *** Herman Janssen: auteur biografische nota Jan Vleugels

Volgende keer :  " De oorlog in ons dorp."

 

 

 

 

© RAWEPO.BE

RAWEPO Cookie Policy